Voor volwassenen
Wat wij ons verbeelden
Van dagdroom naar hoop
Het Nederlands heeft een merkwaardig woord voor het oudste vermogen van de mens. Wie zich iets verbeeldt, doet iets wat geen ander dier kan: hij ziet wat er niet is.
Van de beelden op de grotwand en de verhalen bij het vuur, via het spelende kind en het briefje van tien, naar het vermogen om je een betere wereld voor te stellen. Verbeelding kan op hol slaan, en ze kan hoop geven.
Dit boek wordt nu geschreven. Hieronder per hoofdstuk waar het over gaat, en de eerste regels van wat er al ligt.
In wording · Verschijnt naar verwachting medio 2027
Inhoud
Waar het boek over gaat
Drie delen: het verzonnen dier, de wereld die wij verzonnen, en van dagdroom naar hoop. De eerste regels komen uit de proefversies, de rest is het plan. Alles kan nog veranderen.
Begin
- ·
Proloog · Bij het licht van het vuur
„Ergens zit iemand bij het vuur.”
Een scène bij het vuur, en een beeldje van een wezen dat niet bestaat: half mens, half leeuw. Het oudste bekende kunstwerk van iets wat iemand zich verbeeldde.
- ·
Inleiding · Wat verbeeld jij je wel?
„Het Nederlands heeft een merkwaardig woord voor het oudste vermogen van de mens.”
Over de kernvraag van het boek, de drie delen, en wat u er niet in zult vinden: geen pleidooi tegen schermen, en geen handleiding voor creativiteit.
Deel I · Het verzonnen dier
- 1
Beelden op de wand
„Wie in de winter langs de kalkrotsen in het zuiden van Frankrijk loopt, voelt soms een vreemde warmte.”
Een grot in Zuid-Frankrijk vol leeuwen en paarden die bij het licht van een fakkel lijken te bewegen. Een schildering op Sulawesi die misschien het oudste verhaal is. Alleen de mens kan praten over een leeuw die er niet is. Is dat gevaarlijk, of nodig?
- De grot bij het flakkerende licht
- Het oudste verhaal
- Wat geen ander dier kan
- Gevaarlijk of nodig?
- 2
Verhalen bij het vuur
„Wie ooit op kamp is geweest, weet wat er gebeurt als het kampvuur brandt.”
Overdag praten mensen over werk, ’s avonds bij het vuur vertellen ze verhalen. Over sprookjes die eeuwenlang werden doorverteld, over het brein als vluchtsimulator, en over het vrijwillige geloof: weten dat iets verzonnen is, en dat even opzij zetten.
- Dag en nacht
- De sprookjes
- Het brein als vluchtsimulator
- Het vrijwillige geloof
- 3
Het spelende kind
„Wie weleens met een peuter speelt, kent het.”
Een kind pakt een banaan en zegt hallo in de telefoon. Over doen alsof, het vriendje dat niemand ziet, de dromen die elke nacht vanzelf aangaan, en het vermogen om droom en werkelijkheid naast elkaar te houden.
- Doen alsof
- Het vriendje dat niemand ziet
- ’s Nachts
- Weten dat het niet echt is
Deel II · De wereld die wij verzonnen
- 4
Gedeelde verzinsels
„Pak eens een briefje van tien uit uw portemonnee, als u er nog een hebt.”
Geld, landen en huwelijken bestaan omdat wij ze samen verbeelden. Een stenen munt op de zeebodem, een soldaat zonder naam, stenen pijlers die ouder zijn dan de landbouw. Verzonnen is niet hetzelfde als onwaar, en wat mensen samen verzonnen, kunnen ze samen ook anders verzinnen.
- Het briefje van tien
- Een land dat je nooit ziet
- Waarom het werkt
- Verzonnen is niet hetzelfde als onwaar
- 5
Eerst zien, dan maken
Wordt nog geschreven
Een jongen van zestien die zich afvroeg wat hij zou zien als hij naast een lichtstraal kon meerennen. Een molecuul in een dagdroom, en een zomer zonder zon waarin een jonge vrouw Frankenstein bedacht. Is verbeelding belangrijker dan kennis?
- De jongen op de lichtstraal
- De slang die in zijn eigen staart beet
- De zomer zonder zon
- Verbeelding of kennis?
- 6
Als de verbeelding op hol slaat
Wordt nog geschreven
Een ridder die windmolens voor reuzen aanzag. Over het dwalende hoofd, het monster onder het bed, en de angst die gevaren ziet die er (nog) niet zijn: de schaduwkant van hetzelfde vermogen.
- De ridder en de windmolens
- Het dwalende hoofd
- Het monster onder het bed
- De kracht van de verbeelding
Deel III · Van dagdroom naar hoop
- 7
Kant-en-klare beelden
Wordt nog geschreven
Wie leest, maakt zelf de beelden. Wie kijkt, krijgt ze kant-en-klaar. Over een dalende lijn in creativiteitstests, over beelden die een machine verzint, en over de vraag wie vandaag de schaduwen op onze grotwand werpt.
- U bent de regisseur
- Een dalende lijn
- Beelden die een machine verzint
- De grot
- 8
Het nog-niet
Wordt nog geschreven
Herinneren en vooruitzien gebruiken hetzelfde deel van het brein. Over een droom met een drempel, over troost en ontsnapping, en over hoop die begint bij een dagdroom over wat er nog niet is.
- Het brein dat vooruit kijkt
- Een droom met een drempel
- Troost en ontsnapping
- Het principe hoop
- 9
Een plek die nergens is
Wordt nog geschreven
Een boek uit 1516 over een eiland dat nergens is. Mensen die bouwden aan kathedralen die ze zelf nooit af zouden zien. Wat zo gegroeid is, kun je samen anders doen, maar pas als iemand het eerst voor zich ziet.
- Utopia
- Bouwen voor wie na ons komt
- Samen verbeelden
- De kaart met Utopia
Een vraag uit het boek
Wat verbeeldt u zich?
We weten niet wie, veertigduizend jaar geleden, het eerste beeldje van een verzonnen wezen sneed. Maar we weten wel waarom: omdat mensen zich iets kunnen voorstellen wat er niet is.
Verwant aan
Wat dit boek deelt met de andere boeken
De boeken zijn los te lezen, maar ze praten met elkaar. Hier de sterkste lijnen naar de andere boeken.
-
De hand op de wand
Een hand op een grotwand, tienduizenden jaren oud: ik was hier. In het ene boek staat de hand voor wat ons verbindt, in het andere voor wat wij verzinnen.
In dit boek: hoofdstuk 1, Beelden op de wand
- Verbonden en verscheurd · proloog en epiloog
- Verbonden en verdwaald · hoofdstuk 1 en het slot
-
Bij het vuur
Als het donker werd, schoven mensen dichter bij het vuur. Daar werden verhalen verteld, en daar begon de verbeelding haar werk.
In dit boek: proloog en hoofdstuk 2, Verhalen bij het vuur
- Verbonden en verdwaald · hoofdstuk 2, De nacht met twee slapen
-
Niksen en dagdromen
Niets doen is niet niets. Wie dagdroomt, laat zijn brein zijn eigen beelden maken.
In dit boek: de ondertitel, Van dagdroom naar hoop
- Waarom wij rennen · hoofdstuk 9, De rustdag
- Waarom rennen we eigenlijk? · hoofdstuk 10, Niksen
- Wat zie jij in de wolken? · het hele boek




